Voedselbeleid - Ons voedsel in 2030

Visie op Europees voedselbeleid tijdens de 2e Mansholtlezing op 20 september 2017.

In 2020 loopt het EU-onderzoeksprogramma Horizon 2020 af. De Europese Commissie is bezig met de opvolger van dit programma en vroeg de Wageningen University & Research (WUR) wat de toekomstige onderzoeksdoelen in het voedselonderzoek moeten zijn. Deze pleitte op 20 september in Brussel onder de noemer “Food Transitions 2030” in het kader van de Mansholtlezingen voor een integraal landbouw-, voedings- en gezondheidsbeleid in de EU, waarin de eurocommissarissen hun beleid afstemmen om gezonde en duurzame voeding te stimuleren. De kernvraag is: hoe ligt er over tien, twintig jaar gezond, veilig en betaalbaar voedsel in de winkel dat duurzaam is geproduceerd? De vraag is belangrijk, gezien de zorgen over klimaatverandering, duurzame energie, schoon water, grondstoffen en bijvoorbeeld obesitas en vergrijzing. Want die problemen hebben ook gevolgen voor onze (al dan niet streekgebonden) voedselproductie, -verwerking en -verkoop. Daarbij hoort ook een onderzoeksagenda voor gezonde en duurzame voeding met robots, kunstvlees en slimme koelkasten….

De Mansholtlezingen, vernoemd naar de grote Nederlandse Europese politicus en denker Sicco Mansholt, worden door Wageningen University & Research georganiseerd om Europees beleid en thema’s in het domein van Wageningen University & Research (voedsel, landbouw, duurzame leefomgeving) te bespreken. In September 2016 werd de eerste Mansholtlezing georganiseerd onder de titel “Towards a common agricultural and food policy?”. Deze 2de  lezing op 20 september 2017 werd georganiseerd in het Radisson Blu Royal Hotel te Brussel en stond in het teken van een visie op Europees voedselbeleid: “Towards a European Food and Nutrition Policy?”.

Dr. S.L. (Sicco) Mansholt (cfr. Parlement & Politiek):
Vooraanstaande sociaaldemocratische minister en Europeaan. Afkomstig uit een rijke, sociaal betrokken Groningse landbouwfamilie [°Ulrum 13 september 1908 - †Wapserveen (gem. Havelte) 29 juni 1995]. Hij werd op zijn 36ste als lid van de PvdA (Partij van de Arbeid),   minister van Landbouw in het kabinet-Schermerhorn/Drees. Tijdens zijn tienjarige ministerschap zorgde hij voor herstel van de voedselvoorziening en bevorderde de modernisering van de Nederlandse landbouw. Als Europees landbouwcommissaris speelde hij vanaf 1958 eveneens een belangrijke rol bij de schaalvergroting in de landbouw en bij het ontwikkelen van een Europees landbouwbeleid. Dynamische en sportieve man met groot nationaal en internationaal gezag en met duidelijk omlijnde visies over internationale economische en ecologische vraagstukken.

Prof. dr. Louise O. Fresco, voorzitter van het college van bestuur van Wageningen University & Research, opende de lezing. Zij is tevens een internationaal gerenommeerd deskundige op het gebied van voedselzekerheid, internationale samenwerking en wetenschap. Louise Fresco heeft tal van – fiction en non-fiction – boeken geschreven, waaronder “Hamburgers in het Paradijs, voedsel in tijden van schaarste en overvloed”. Vanuit haar internationale ervaring en haar brede wetenschappelijke achtergrond kon ze direct een vertrekpositie situeren in het domein gezonde voeding en leefomgeving met vragen over voedselzekerheid, over de toekomst van onze economie, de vergroening en biomassa. Al die dingen die vandaag de dag zo bepalend zijn, zowel op nationaal als internationaal niveau, voor onze leefomgeving.

Prof. dr. ir. Pieter van ’t Veer is specialist in voeding, volksgezondheid en duurzaamheid en tevens eminent lid van de Nederlandse Gezondheidsraad. Hij vervolgde met ‘Towards a European Food and Nutrition policy’ met een onderzoek hoe het staat met het huidige beleid en de praktijk, samen met de vraag hoe innovaties kunnen bijdragen aan betere diëten.
Hierbij vertrok het onderzoek vanuit het EuroDISH-project dat de huidige behoeften voor voedsel- en gezondheidsinfrastructuur in Europa heeft beoordeeld. EuroDISH richt zich op de integratie van bestaande RI's [RI's (= Referentie-Innames) zijn de nutritionele waarden op de verpakkingen van voedingsproducten. Ze geven namelijk - in percentages - aan hoeveel voedingstoffen (zoals calorieën, (verzadigde) vetten, suikers, en zout) een portie bevat ten opzichte van de maximale aanbevolen hoeveelheid voor een evenwichtige voeding. RI's zijn gebaseerd op wetenschap en zijn opgenomen in de Europese Food Information to Consumers (FIC) wetgeving] voor voedsel en gezondheid, evenals de ontwikkeling van nieuwe. Hierbij heeft men oog voor de aandachtspunten van de verschillende belanghebbenden, zoals de EU en de nationale beleidsmakers, evenals de onderzoekers uit een reeks disciplines in zowel de publieke sector als de industrie. Alzo is het EuroDISH-onderzoek georganiseerd rond het 'DISH'-model: 'Determinants, Intake, Status + Function and Health'. Dit model vertegenwoordigt de vier belangrijke bouwstenen van voedsel- en gezondheidsonderzoek, alsmede verschillende stadia van RI-ontwikkeling.

Dr.ir. Frans Kampers is coördinator innovatieve technologieën bij Wageningen University & Research (WUR) en onderzoekstrateeg bij Corporate Value Creation. Hij maakte een ronde langs de Wageningse onderzoeksvelden en komt met acht onderzoekslijnen voor de toekomstige voedselproductie. Tesamen vormen ze de onderzoekagenda “Food Transitions 2030”. Hierin is er ondermeer aandacht voor veredeling, robotica, vleesvervangers en big data.

“Europa heeft alles in huis om die verandering te bewerkstelligen”, stelde Frans Kampers. “In Europa voelen we de noodzaak voor de aanpassing, bijvoorbeeld omdat we de consequenties van klimaatverandering begrijpen. We hebben de wetenschappers en industrie op agrofoodgebied, die ook nog eens willen samenwerken. We hebben functionerende overheden die publieke waarden kunnen verdedigen. En burgers die zich organiseren en kunnen verwoorden wat ze ergens van vinden en daarover ook in debat willen gaan. Kortom: Europa is in een positie om ons voedselsysteem duurzaam te vernieuwen.” Hierbij stelde hij dat de voorwaarden voor verandering aanwezig zijn, maar dat dit niet wil zeggen dat het ook een eenvoudig proces wordt. De marges voor boeren en voedselverwerkende bedrijven en supermarkten zijn klein en de voedingsindustrie leunt op grootschalige productiefaciliteiten die je niet zomaar omgooit of vervangt. Dat beperkt de ruimte voor innovatie. Daarnaast vindt de samenleving de ene oplossing acceptabeler dan de andere. Neem genetische modificatie. “Europa heeft voor gmo’s al in een vroeg stadium de deur dichtgegooid”, zegt Kampers. “In de rest van de wereld zijn de ontwikkelingen echter wel verder gegaan, en dat heeft ook invloed op ons in Europa. Het is daarom goed steeds met elkaar af te tasten hoe ver ontwikkelingen kunnen gaan in plaats van een vernieuwing direct aan de kant te schuiven.”

Tot slot was er onder leiding van drs. Krijn Poppe, bedrijfseconoom die werkzaam is in het onderzoeksbeheer van het Landbouweconomisch Onderzoek Instituut (LEI) van Wageningen, een discussieforum over de beleidsdocumenten van de Europese Commissie die de grondslag vormen voor de referaten.

De voornaamste conclusies kunnen we als volgt samenvatten:

•      Vooreerst werd er door eenieder benadrukt dat het toekomstig beleid verbindingen moet leggen tussen het landbouw-, voedings- en gezondheidsbeleid en samen met de levensmiddelenindustrie doelen moet stellen. Dat voedselbeleid moet niet alleen richtlijnen geven om ziekten te voorkomen, stellen ze, maar ook het leergedrag in de sociale omgeving stimuleren. Ze verlangen hierbij een actieve rol van de overheid en industrie.

•      Meer samenwerking tussen wetenschap en voedingsproducenten leidt tot gezondheidswinst. Wie lang gezond wil blijven, heeft gezond en gevarieerd voedsel nodig. Dankzij biomedisch onderzoek, wetenschappelijk onderzoek in dienst van de geneeskunde, weten we tegenwoordig heel aardig aan welke eisen een gezond eetpatroon als onderdeel van een gezonde leefstijl moet voldoen. Wanneer iedere consument en producent zich keurig zou houden aan de richtlijnen van de voedingscentra, dan zou dat ons als samenleving flinke gezondheidswinst opleveren. Alleen, het gebeurt niet.

•      Er moet nog meer samenwerking komen tussen de wetenschappelijke disciplines. Zo weten gedragsdeskundigen alles over determinanten van consumentengedrag: in welke sociale context eten mensen en hoe worden zij in hun omgeving verleid om bepaalde producten te kopen? Juist die kennis is cruciaal, wil je ervoor zorgen dat de gezonde keuze ook de standaardkeuze van de consument wordt. Omgekeerd willen gedragsinterventies ook nog weleens tot ongewenste maatschappelijke effecten leiden. Zo wezen voedingsdeskundigen decennia geleden op de gevaren van verzadigde en transvetten in voedsel. In de publiekscampagne die volgde, werden voor het gemak alle vetten taboe verklaard. Gevolg was een toename koolhydraten en suikers in de voeding, waardoor we nu opgezadeld zitten met een enorm obesitasprobleem.

•      Daarnaast moet men ook inspelen op behoeften van de consument. Ook de voedingsmiddelenindustrie heeft er baat bij: veel producten worden nu simpelweg verrijkt met nutriënten om te voldoen aan de richtlijnen voor gezonde voeding. Gezonde voeding is echter geen optelsom van nutriënten, maar een complexe mix van fysiologische factoren: het fysiologische systeem van de mens wordt al miljoenen jaren geactiveerd door te ruiken, proeven en kauwen en doordat verschillende componenten bepaalde interacties met elkaar aangaan in het lichaam. Als we dit inzichtelijker kunnen maken voor de voedingsmiddelenindustrie, kunnen zij hun producten veel beter laten aansluiten op de biologische én sensorische behoefte van consumenten. Ook de aansluiting bij andere consumententrends, zoals de behoefte aan ‘lokaal’, duurzaam, fair trade en diervriendelijk geproduceerd voedsel.

Dit en nog veel meer kan men lezen in het opgesteld beleidsdocument “Towards a European Food and Nutrition Policy? Food transitions 2030” In deze publicatie schetst Wageningen University & Research platform (WURWageningen) wat er nodig is om te komen tot een duurzaam voedselsysteem, dus circulair en klimaatvriendelijk, dat ook nog eens zorgt voor betaalbaar, betrouwbaar, gezond en voldoende voedsel voor iedereen. Dit document concentreert zich alzo op de uitdaging naar een duurzame, betaalbare, betrouwbare en hoog kwaliteit voedselsysteem in de komende decennia die voldoet aan de vraag van een diverse en groeiende wereldbevolking.

Bron: FOOD 2030 - Research & Innovation for Tomorrow's Nutrition & Food Systems

(J.C. – met dank aan Jean-Pierre Dubois/Science Press vzw)

  • Administratieve zetel ASG
    p/a Stadsarchief
    Rederijkersstraat 42
    3500 Hasselt (B)
    VZW Ondernemingsnummer 422.459.744

  • Administratieve zetel ASG stichting
    p/a Museum aan het Vrijthof
    Maastricht (NL) / Kamer van Koophandel (NL)
    Registernummer 51802139


  • ASG Secretariaat:
    E-mail: secretariaat [at] asg [dot] be

 

 Lid worden?


Voor onze leden zijn er tal van extra voordelen:

  • toegang tot het ledengedeelte van onze website

  • 4 maal per jaar ons magazine Terroir

  • mogelijkheid tot deelname aan tal van activiteiten

  • deelname aan ASG Algemene Ledendag

  • ....

 

Comments